U bent hier: Home Nieuws Deze dag in de geschiedenis van Harlingen, 5 januari

Deze dag in de geschiedenis van Harlingen, 5 januari

HARLINGEN - Deze dag in de geschiedenis van Harlingen 50 jaar geleden, 5 januari 1962: Grietje Spaanderman-Wielinga is bezig met een roman over spookverhalen in Harlingen.

Deze dag in de geschiedenis van Harlingen, 5 januari

Grietje Spaanderman-Wielinga

Deze dag in de geschiedenis van Harlingen, 5 januari

Door Jeanine Otten

 

Schrijfster Grietje Spaanderman-Wielinga (Sumar 1899 - Sneek 1971) putte haar romanintriges uit de onuitputtelijke voorraad verhalen, legenden, sagen, sprookjes en sprookjesgeschiedenissen van haar vader. Zij werd geboren in Suameer (Fries: Sumar) op 15 april 1899, op school blonk ze al uit in opstellen maken. Toen ze 23 jaar oud was, trouwde ze met de Harlinger aannemer Jacob Spaanderman (1896 - 1968). Ze kregen één zoon die later op de grote vaart ging. In 1952 vertrokken ze naar Wassenaar, waar ze een oud fabrieksgebouw tot pension verbouwden en exploiteerden. Daar werd haar talent als schrijfster ontdekt. In 1960 kwam het echtpaar terug naar Harlingen om rustiger te gaan leven, maar voor Grietje betekende ‘rustiger’ meer tijd voor schrijven. Het echtpaar woonde in Harlingen in de Jacob Backerstraat 17. Grietje Spaanderman-Wielinga overleed op 18 mei 1971 in Sneek en werd bij haar man op de Algemene Begraafplaats te Harlingen begraven.

 

De verhalen van haar vader die zijn gezin steeds opnieuw verhalen vertelde uit een onuitputtelijke voorraad legendes, sagen, sprookjes, spookverhalen, ware en niet ware familiegeschiedenissen, waren voor Grietje Spaanderman-Wielinga een voortdurende bron van inspiratie. Zelf leefde het gezin Wielinga in Sumar in een betrekkelijke welstand, maar de meeste van die verhalen grondvestten zich op de gruwelijke armoede van de tweede helft van de negentiende eeuw, vooral in de armelijke streken van Friesland, waarvan Sumar en omgeving er ook een was.

 

In Sumar schreef ze, nog voor haar huwelijk, haar roman ‘It goudene ûleboerd’. ’t Fries was de memmetaal van Grietje Spaanderman-Wielinga, het Nederlands was haar tweede taal, aangeleerd, heel vaak vertaald Fries. ‘It goudene ûleboerd’’ bleef tientallen jaren bij haar in de kast liggen, tot ze in 1955 het manuscript aanbood voor de romanprijsvraag van de Kristlik Fryske Folks Bibleteek (KFFB) en meteen de hoofdprijs van 1200 gulden won. Intussen schreef ze tientallen novellen en deze vonden bij een reeks van bladen gretige aftrek onder andere bij Libelle, De Open Deur, De Stem van Friesland, Friesch Dagblad enz.

 

Begin jaren ’60 verzamelde ze in Harlingen met haar man gegevens voor een roman over Harlingen in de tweede helft van de negentiende eeuw. Ze zochten naarstig naar spookgeschiedenissen, want net als in de omgeving van Sumar spookte het in Harlingen in de negentiende eeuw ook overal. In januari 1962 stond het schema voor de roman al in de staketsels. In de Harlinger Courant van 5 januari 1962 werd één van de spookverhalen die ze had gevonden, gepubliceerd. Uit de hieronder bijgevoegde lijst van door haar gepubliceerde boeken blijkt echter dat deze Harlinger spookroman nooit is voltooid en uitgegeven.

 

Wat er uiteindelijk met het manuscript over de Harlinger spookgeschiedenissen is gebeurd, is onbekend. Wel publiceerde Grietje Spaanderman-Wielinga in 1969 ‘Moard yn toga’, een roman over de moord door ‘Blikken Dominee’ Johan Barger op Cato Mirande, 6 maart 1894 in Harlingen. Het onderwerp werd in 2011 nog eens door Simon Vuyk op een andere manier benaderd in ‘De blikken dominee’, uitgegeven door de Friese Pers Boekerij.

 

De boeken van Grietje Spaanderman-Wielinga werden uitgebracht door de KFFB, en door uitgever Osinga in Bolsward uitgegeven. Ze zijn nu alleen nog maar antiquarisch te verkrijgen.

  • It goudene ûleboerd, 1956, herdrukken 1979, 1986 (roman over de tijd dat de mensen op de Sumarder heide nog in spoken, waarzeggers en duiveluitbanners geloofden; KFFB romanprijsvraag 1955, ter waarde van 1200 gulden). Het boek werd later bewerkt tot een toneelstuk voor Iepenloftspul Burgum, 1984.
  • Juwielen fearren, 1960 (gebaseerd op brieven en verhalen van haar zoon die op de grote vaart was, ‘juwelen veren’ zijn bepaalde hoofdversiersels, behorend tot het Friese oorijzer)
  • As de sémearmin sjongt, 1962 (het verhaal speelt in de 19de eeuw in Sumar, het geboortedorp van Grietje Wielinga, aan de oever van het Bergumermeer en de Lije).
  • Kinke, 1965 (roman over De Tike rond 1900, de Friese heide van weleer. Het eerste exemplaar werd door haar aangeboden aan de Harlinger burgemeester B. Nauta op 16 februari 1965)
  • It Loeder fan Clancarty, 1966 (een historische roman die in de Friese Wouden speelt, KFFB romanprijsvraag 1964, tweede prijs 2300 gulden).
  • Moard yn toga, 1969 (over de moord van Blikken dominee Johan Barger op Cato Mirande in Harlingen 1894)

 

Daarnaast schreef Grietje Spaanderman-Wielinga in de jaren ’60 een groot aantal artikelen voor het Friesch Dagblad, waaronder “Van een Harlinger schipper, die een verrader bleek: uit Harlinger kronieken van omstreeks 1566”, (verschenen in het Friesch Dagblad, 26 februari 1965; en het Harlinger Nieuwsblad, 26 februari 1965).

 

Bron: Harlinger Courant, 5 januari 1962.

Document acties
gearchiveerd onder: